Letskring voor Amsterdam e.o.
INLOGGEN
ruilnaam

wachtwoord


onzichtbaar  
* wachtwoord opvragen! *

wie is nu online?
leden zoeken
snel naar ruilnaam:

BLOGS

BLOG COMPCURE 25-11-2012 16:06  

Off The Grid

<a> Get Microsoft Silverlight </a> <br> <a>Bekijk de video in andere formaten.</a>


Van de vijftig Amerikaanse staten zijn er 46 bijna failliet. Ruim dertien miljoen Amerikanen zijn werkeloos. Meer dan 49 miljoen mensen leven beneden de armoedegrens. Het nationale schuldplafond is recent verhoogd tot veertien biljoen dollar. Sinds de laatste financiële crisis is het vertrouwen in de federale overheid lager dan ooit.

Regisseur Alexander Oey reisde door de Verenigde Staten en filmde gemeenschappen die de zaken in eigen hand hebben genomen. In Great Barrington, Massachusetts hebben inwoners een eigen munt, de Berkshare, om minder afhankelijk te zijn van de dollar. In Colorado Springs heeft de lokale bevolking het recht om tegen belastingverhogingen te stemmen en vertrouwt het geheel op de private sector. In Austin, Texas zorgt radiopresentator Alex Jones sinds kort voor zijn eigen elektra- en watervoorziening. In Sandpoint, Idaho is de Amerikaanse droom onder de bezielde leiding van een boeddhistische burgemeester ingeruild voor duurzame oplossingen.

Al deze initiatieven zijn een manier om een beter leven te creëren in een tijd van grote onzekerheid. Mensen zoeken hun eigen Utopia buiten het financiële systeem en de overheid. Zijn deze gemeenschappen de juiste weg ingeslagen? Hebben ze werkzame alternatieven gevonden, terwijl overheden wereldwijd op een bankroet afstevenen?

BLOG JOSEPHINE 10-7-2012 22:01  

cd de swingende giraffen

De cd de Swingende giraffen is uit! Een cd vol met eigen gemaakte kinderliedjes met een latin swing! De cd is via onze website te bestellen op www.deswingendegiraffen.nl Ook kan je ons horen komende zaterdag 14 juli in Artis om 17.00!

BLOG PAARS 17-6-2011 18:44  

optreden in loods

Morgen treed het 'spirituele' improvisatie trio op in de gezellige loods aan de bikkersgracht 10!:Salon de Ijzerstaven
E20 voor concert, hapjes en drankjes voor, tijdens en na het concert.

Voor meer info kun je terecht op site http://www.dhont.nl/obao/obao.htm
Praktische informatie
Na afloop van het concert is er een afterparty met hapjes en drankjes. Je kunt er ook voor kiezen alleen naar het concert te komen.
Graag van tevoren boeken via emailadres: salon@egonschrama.nl

Aanvangstijd concert: 20.30 uur, toegang atelier vanaf 20.00 uur.
Adres: Bickersgracht 10 Amsterdam
020-6224037
06-24623952
www.egonschrama.nl

Kosten
Concert: € 12,50 voor de muziekanten en €2,50 voor consumpties voor en tijdens het concert
Afterparty: € 5 voor hapjes en drankjes
Kinderen gratis toegang

www.egonschrama.nl

BLOG BOSNIMF 5-6-2011 14:15  

vlierbloesemlimonade

De Vlier bloesemt dit jaar nog maar heel even.
Ik plukte de bloesems, maar kende geen recept.
Hierbij wil ik graag het recept met jullie delen. Het is van mijn nicht Annig. Zij weet alles van plantjes en is natuurgenezer. Op YouTube staan ook andere recepten om van vlierbloesem siroop te maken, met soms heel grappige filmpjes.

Pluk 15 a 20 schermen vlierbloesem
Zet ze 1 dag op 10 liter koud water
Zeef daarna alles (Annig gebruikt daarvoor een koffiefilter, maar mij duurde dat te lang en stapte halverwege over op een gewone zeef...)
Kort koken met 1,5 kilo suiker, vanillestokje en 1 a 2 citroenen (zonder schil of met als ze biologisch zijn)

Dat levert zo'n 6 flesjes vlierbessensiroop op. De houdbaarheid is in ieder geval een week. Of het langer dan een week bewaard kan worden weet ik niet. t'Is op.

BLOG DINKY 22-2-2011 19:43  

Het Kasteel

Het Kasteel.
Streekroman uit het Russich vertaald in het Nederlands
Schrijfster is Larisa Volodimerova en woond in Diemen.
Het gehele boek is te koop voor slechts 10,- Pebbels
incl verzendkosten via email : chance@xs4all.nl

Hoofdstuk 1. Dat was dus niet het geval.

Jij, Onzichtbare, had gelijk; dat uiteindelijk jij mijn enige vriend zult blijken te zijn. En ik zou je willen vertellen… Ik zoek de juiste woorden, mijn tanden verpulverend op deze harde noot van het woord en pecan noten. Het allerbelangrijkste is dat alles geweest is en bestaat, het dient alleen aangehoord te worden. Het zal voor eeuwig en altijd bestaan.

Wij zijn gisteren op de begrafenis van een onbekende Tante in Rotterdam geweest. Een soort glazen Tel Aviv, een reusachtige haven met containers welke felle blokken vormen. En om jezelf een voorstelling te kunnen maken; de stad is immers ons gewezen Amsterdam, platgebombardeerd door de fascisten. Het bezit een gelijkenis met een miniatuur van St. Petersbug en ook iets van het verwoeste Rjazan of Smolensk met zijn schaduwgevende kathedralen en herenhuizen. Je struikelt over deze rook van het Vaderland en wrijft over je knie. Maar ik zal proberen mezelf wat duidelijker uit te drukken.

Daar bij het graf (ze konden geen geschiktere plaats vinden) zou ik voorgesteld worden aan mijn nieuwe familieleden: ik had hun achternaam aangenomen. En waarom?… Opdat zij mij als de zijne zouden accepteren, al was het aan gene zijde. Neem mij niet kwalijk, ik scherts. Hier echter, onder de levenden, kan ik dit niet meer verwezenlijken. Ik heb er genoeg van mijn wankele status te rechtvaardigen met de glimlach van een brilslang en een religieuze rok met stoffige sleep. Dat ik geen Russische prostituee ben, die haar zinnen heeft gezet op hun vervloekte burgerschap… ”Mijnheer, mag ik u passeren?” “U stond hier niet, mevrouw!” Nee, ik ben om van te houden, wederzijds… Deze bekentenis steekt als de angel van de wilde honingbij.

Op een briefje, om ons niet te vergissen, hadden wij alle voornamen van de familie Laarman opgeschreven, omdat mijn Tjerk hen, zijn broers en zussen, ook bijna een halve eeuw niet gezien had. Een generatie wiens leven tijdens de Tweede Wereldoorlog haar gelukkigste jaren kende. Het wissen van het geheugen, maar dan om andere redenen… En ik heb er geen benul van hoe de katholieken een kruis slaan. Ik weet niet eens hoe dit bij ons gedaan wordt; van gelovige tot dief of andersom? En is het wel geoorloofd om in zo’n situatie
”Goedendag heren” te zeggen? Ik had het lange Nederlandse woord ‘gecondoleerd’ uit het hoofd geleerd, maar aangezien ik de rest van de tijd diepzinnig zou moeten zwijgen (met een verstandige blik), mijn zoete lippenstift herkauwend, werd ik nog het meest in beslag genomen door mijn uiterlijk, het kant.

En natuurlijk begon er toen een stortregen met veel luchtbellen erin te gutsen. Dit beloofde een wazig vooruitzicht, het gepiep van ruitenwissers en remmen. Mijn man had gehoorzaam bij zijn jasje een ouderwetse stropdas met een uitgewassen stuk karton omgedaan (hij wist nooit hoe hij hem om moest strikken en ik herinner me alleen hoe Pioniers het doen). Ik had nog snel een thermoskan met zoete thee en chips meegenomen, hoewel wij slechts en uur moesten rijden. Wie weet wat er ons in het Rotterdamsche wacht?

Tjerk, een amateur in het versturen van kerstkaarten (en niet meer dan dat), naar iedereen toe en overal heen, had alleen het volgende over zijn overleden tante uit zijn geheugen naar boven gehaald. Tijdens haar zelden gevierde verjaardagen, zegt men, bedekte ze de vloer met kranten zodat de gasten haar parket vol met kale plekken niet vuil zouden maken. En haar goedgelovige man was er nooit achtergekomen, dat zij achter zijn rug om meerdere miljoenen gespaard had. Hier zijn binnen het gezin sentimenten en openhartigheid eigenlijk niet gebruikelijk. Zo was hij in den Here heengegaan.

Onderweg hadden wij met behulp van een kaart vastgesteld, dat wij dus niet naar de begraafplaats, maar naar het crematorium moesten. Tegelijkertijd werden er op de radio, ten tijde van het hoogtepunt van de mond- en klauwzeer epidemie, slechts twee woorden uitgesproken: vlees en melk. En op de velden waren overal witte bordjes te zien met het portret van een elegante koe en de kerkelijke leus: “Redt ons!” Juist nadat men in dit kikkerland twintig kilometer aan dieren geruimd had, inclusief dierentuinen (op welke andere manier kun je dieren in cijfers vatten?), raakte Amerika besmet en richtte het virus zich op Rusland. Juist vandaag hadden de Nederlanders zich in het hoofd gehaald om de vijftienduizend in het district overgebleven hoefdieren in te enten en daardoor kwamen wij vast te zitten in de file, die per toeval het gelijke aantal kilometers telde. De door Tatcher afgekorte molen zwenkte met haar achterkant naar het bos. Zwanen in stelletjes doezelden in de wijde, de lege zwembaden van de lente tekenden zich in blauw af als de omgekeerde hemel.Trouwens, de winter duurt hier officieel tot 21 maart, het voorjaar daarentegen duurt tot aan de begindatum van de oorlog tegen het fascisme. De zomer eindigt dan tegelijkertijd met de Russische vroege herfst en men verdeeld de vacht pas aan het einde van de herfst, hetgeen samenvalt met het optuigen van de kerstbomen.

Alles stond in bloei en de camelia had haar bloemen al verloren (La Traviata zwijgt onder de grijze regen) en een driewieler met een slinger in zijn drie wielen lag in de modder, terwijl een reuzenrad somber stond te blinken onder de wolken, de kinderen vandaag alleen al met zijn naam verwonderend… De
Mac Donald’s restaurants strekten zich uit langs de weg en mijn make-up liep uiteindelijk uit vanwege ongewenste lachbuien, stortregen en tranen.

Op onze leeftijd wordt er niemand meer geboren, men overlijdt slechts. Tjerk dacht peinzend terug aan de overledene:”Wij moeten er zeker naartoe. To see each other.” Ik gleed van het lachen uit mijn stoel op de bodem van de wagen. Mijn man zei echter zonder ook maar een schim van een glimlach:”Mochten we te laat komen voor deze begrafenis, dan kunnen we de andere nog halen.”

Desalniettemin hadden wij op het laatste moment toch nog de afstand op hen ingelopen en konden wij, op de afgesproken plaats, met een kinderlijke verrukking, achteraan aansluiten bij de begrafenisstoet, welke bestond uit limousines en privé-auto’s met rouwvlaggen. Ik vroeg nogmaals aan mijn man met een sterk droevig voorgevoel: ”Schat, weet je zeker dat het onze overledene is?” We hadden immers toch geen tijd om dit te controleren en we lieten ons door de onverschillige colonne meevoeren. Onderweg werden wij door hen herkend als een van de zijnen en gaf men ons met de richtingaanwijzer de richting aan… als het ware naar het hiernamaals. “Wat een onweer komt er onze kant uit, schat!” “Dan moet je uit het andere raam kijken waar de zon schijnt.”

Na een half uur bij de onheilspellende poort werden bij iedereen de vlaggen ingenomen (neem mij niet kwalijk dat ik zo uitvoerig ben, je zult spoedig begrijpen waarom) en werden wij uitgenodigd binnen te treden. Er viel een pak van mijn hart toen Tjerk mij vertelde dat er op begrafenissen gelachen mag worden omdat onze tante al 88 jaar oud was…. een woordspeling, maar geen fatale.

Na een koele voordracht van een medewerker van het crematorium (wij allen leggen rekenschap af tegenover God) met limonade voor een dubbeltje en
belletjes reddende zuurstof, nam een van de zusters, mijn tante, met sterk vermagerde vingers, waar haar ringen vanaf gleden, plaats achter de lessenaar en las van een papiertje een geschreven gedichtje voor, dat ze ’s nachts in tranen geschreven had. Toen ze teruggekeerd was naar haar plaats viel ze haar naamgenoten lastig: “Is het gelukt, wel?”

Dit was de enige voordracht van hun en mijn kant. We praatten niet met elkaar: zij hullen zich gezapig in een Engels soort stilzwijgen en net als de Fransen denken ze alleen aan hun eigen zaken. Over het Russische zullen we maar niet beginnen. Begon mijn tand ook nog naar voren te hellen en ik ben bang om, net als een heks, naar mijn eigen spiegelbeeld te glimlachen. Het is dus des te beter zo.

De overledene liet men ons niet zien en van de aanwezigen vond ik twee familieleden, 2 homo’s, het meest aardig (in elk gezin is wel een lelijk eendje te vinden zou men in Moskou en omstreken gezegd hebben). In dit geval twee echte en uitgeleefde homo’s. Onlangs is er hier een wet van kracht geworden welke hen toestaat te trouwen en nu stonden zij beiden te stralen, niet echt gepast tijdens een begrafenis. De homobruid ziet er oogverblindend uit in de bruidsjurk met sleep en fleur d’órange, die ik zelf op geen een van mijn vorige bruiloften gedragen heb… Toch is dat jammer.

Na afloop gaf men ons koffie en bood men ons een goedkoop gebakje aan dat naar kaas stonk: alle crematoria ruiken hetzelfde. Uiteindelijk vertrokken 16 personen blakend van gezondheid, lamlendigheid en de kracht van miljonairs naar een restaurant, onverdund, naturel en onoplosbaar.

Na een waterig soepje, dat Tjerk in een keer in zijn wijd geopende mond naar binnen goot, waarbij hij bleef zitten en de laatste druppels van de bodem tot zich nam, zette men voor iedereen een bord neer met smakeloze kadetjes, volgepropt met zeemleren ham en oude Emmentaler kaas. Men gaf ons er niets bij te drinken: niet voor betaald.

De rijkelui waren nog even aan het beraadslagen of ze nog koffie of thee zouden bestellen maar het gezinshoofd Frederik (afgekort ook wel Frits, Chris, Freek en Fred; zo is hij, belangrijk als hij is, met velen) kreeg de hik (het grijzer wordende haar van een man in het stadium dat het geverfd lijkt) en de kliek begon eindelijk met geld over de brug te komen. Sterke drank wordt hier op begrafenissen helemaal niet gedronken en men huilt ook niet. Een Chinees moet immers toch ook lachen, als hij het nieuws over de dood van zijn vader brengt. Tussen India en de Gele rivier bevinden zich onze tradities. Zoals de Russische schrijver Viktor Erofeev zei: “Ik ben als een geëmancipeerde zigeuner met gouden tanden, die over de roofzuchtigheid van zijn volk schrijft.” Hoe kan ik mij tegen mijzelf beschermen, een gewezen Russin? Door tussen twee oevers verklikker te spelen of mezelf voor een duel uit te dagen?

In dit gezegende (niet-Slavische) land gaat zo te zien niemand dood. In het crematorium was, behalve ons gezelschap, niemand te zien. Het volk vaart op zeiljachten en fietst en verder hebben we hier meer dan 1200 langlevenden die de 100-jarige drempel gepasseerd zijn. Niet zoals in de vroege jeugd kruipend, maar staande op hun eigen benen en met een van minachting ten aanzien van de gehele wereld trots opgeheven hoofd, een volgens de plaatselijke ethiek waardige wijze. De sentimentele tante had beloofd ons binnenkort een uitnodiging te sturen… voor haar 60-ste bruiloft. Ik ben benieuwd of ze ons ook gekleed in haar laarzen, op zijn Hollands, zal ontvangen? Het is een gezond volk! Het wordt gemeten in ‘oom’, dat wil zeggen in het aantal omen, net als in de natuurkunde. En voor vriend en vijand de sportieve groeten.

Het is zo prettig om te horen, dat mijn man een volwassen vent, zeven maal opa, verlegen wordt als een jongetje, en vraagt: “Tante, zou ik...” En zij tegen hem: “Tjerk, nee, nee….” Dit is zijn jeugd als weeskind, nadat hij zijn vader in Monte Carlo verloren heeft, zijn verleden samen met de toekomst, en de kleine roze Tjerk die zijn magere lichaam met kranten bedekt voor de warmte, brengt om 4 uur in de ochtend in de sneeuw op zijn gestolen fiets de post rond. En ruiken naar verse melk deed hij niet.

Nog in het crematorium, enkele minuten na het afscheid van de per ongeluk overleden tante, stonden we allemaal te lachen, en hebben haar voorgoed vergeten.

Dat was dus niet het geval.


Hoofdstuk 2. Wat heeft een vriendin hier mee te maken?

Vandaag hebben we van de notaris een brief ontvangen en ook een oude ansichtkaart met het stempel ‘gratis’ erop, met een zwart-wit afbeelding, gevangen in vergeelde hoeken, van een meisje met een kinderwagen met houten wielen en een hondje. Past volstrekt niet bij de situatie. Tante had ons geschreven, die ene die niet overleden was maar die feest ging vieren.

Beide poststukken waren een uitnodiging om snel het eigen deel van de erfenis op te halen, welke onder de naaste familie verdeeld werd, maar alleen onder dat deel, dat volgens het testament van de sluwe tante, ondanks de regen, gekomen was om afscheid te nemen… Religie stond de katholieken in de weg zich afgunst en jaloezie te herinneren. Het is het geloof dat hen verbied de wens van hun zuster te minachten.

Tegen deze tijd namen wij plaats om te avondeten en zoals dit gebruikelijk is, om 6 uur, wanneer het nieuws uitgezonden wordt, ziet men een niet aflatende stroom nare gebeurtenissen om de eetlust op te wekken, in het land van de vliegende koeien en nijlpaarden (net zoals in Jerusalem de ontplofte bussen rondvliegen). Bij het zien van het bord en de gedachte aan de hongerende medemens wordt ik altijd bevangen door een dierlijke eetlust en in het bijzonder wekt dit de gedachte aan een dieet op… Elena Molokhovets, de bekendste auteur van boeken met Russische culinaire recepten is tijdens de blokkade van honger gestorven (deze gedachte komt te laat in mij op) en zonder te dralen begin ik somber van een salade en ‘het nieuws’ te eten. Met Pasen raadt men aan de eieren van Colombiaanse kippen te kopen. “Tjerk, hebben we geen eigen donkere kippen?” “Maar deze hebben toch een zwarte staart, snap je dat niet?”

Wel, het zou kunnen. Het nieuws meldt: “Gisteren zijn enorme chocolade-kleurige kippen voor 100 dollar per stuk tot de laatste toe verkocht.” Men biedt voor heel weinig een reis aan om in Afrika met krokodillen te zwemmen, en om samen met apen in bomen te klimmen, voor een luttele 1000 dollar. Hier is men al lang naar zijn voorouders teruggekeerd.

Nu heeft men naast een personenwagen een cementwagen neergezet en men vraagt een voorbijganger het rode knopje niet in te drukken. Natuurlijk drukt hij op het rode knopje en moet hulpeloos toezien, hoe de cement in de personen-wagen vloeit. Dit is onze droevige humor.

Ik sluit de gordijnen. De schemer is te ver gevorderd om nog langer geen gebruik te maken van elektriciteit zoals bij iedereen hier. Bij het raam knikt de burgemeester op een ligfiets stuntelig naar een priester in een toog (op een gewone fiets). Aan de andere kant fiets onze buurman, een Pakistaan met een tulband. Zij zijn al klaar met het avondeten maar in al het andere is alles hetzelfde. Winkel Plasman, dat wil zeggen ‘plassend’, doet je denken aan de Belgische koelbloedigheid in de liefde en ook aan iets dat verboden is. “Wat ben je van plan, Tjerk?” “Het kasteel van Tante is van jou (vitrages van Gardena), en de guldens van tante beleggen we in aandelen met rente, zoals altijd.” “Opdat het kasteel niet onbewoond blijft, het bevindt zich immers ver weg in Bretagne, zullen we het gedeeltelijk verhuren aan onze reisbureaus. Vindt je dit goed?”

Over het Rijn-kanaal wurmt zich de turkooizen “Pegas” (geen paard en geen vogel), een bark met metalen constructies te grootte van een zeehaven. Haar tegemoet ontvlamt de oogverblindende “Parel van Zwitserland”, net als in de stomme film, vermaakt zij de bejaarde toeristen. Op dezelfde manier dansten wij, nog ten tijde van de vooroorlogse Kaukasische kuuroorden, op de muziek van met hun portieren geopende Zjiguli (Russisch automerk) en wervelden wij rond in het licht van hun koplampen. En ’s ochtends kaartten wij aan de oevers met mijn zelfgemaakte kaarten met de gezichten van de leden van het Polit-bureau. Ik had hun gezichten uit de “Pravda” geknipt en op school met hobbylijm onder mijn schoolbank en heel dek geplakt.

Vroeger werd er met gestoorden over de Rijn heen - en weer gevaren. Er bestonden zogenaamde gekkenschepen, net als eilanden, en niemand stond hen toe aan te meren. De Karelische meren echter hebben bijna allemaal eilanden. Tijdens mijn jeugd zwom ik wel eens een stuk , zoals honden dat doen. En dat je je daarna vastgrijpt aan een stuk graspol en ademt en je hart bonst en bonst als bewijs dat je het hebt, een ijzeren hart! Rode mieren klimmen tot onder je oksel, maar je ondergaat het, net als Pavlik Morozov, die zijn vader verraden heeft. Of nee, de partizane Zoja. Nee, je denkt meteen aan de piloot zonder benen Meresjev. Je strekt je hand in een flits achter een bosbessenstruik om bessen te plukken en hij striemt over je wang en buigt terug, en jij duikt, flats, onder, maar daar is alles blauwer dan de lucht. Vanaf de andere kant van het eiland, de eilanden zijn een en al zwarte aarde, is het ver tot aan de oever, en een watergeest knijpt je. Jij echter zwemt met de schoolslag en de borstcrawl en rent cross-country. Je duikt in het zand van de zon. Het is een wonderbaarlijke dag en je doezelt nog…

Het beeldscherm bericht het volgende. In Amsterdam is de mercedes van een bekende violist beschoten en hij is bang om in het publiek te verschijnen. Maar hoe moet je dan spelen op de verjaardag van de Koningin? Hij leunt van zijn ene been op zijn andere, een grijs gezicht ten overstaan van onze gemeenschappe-lijke toekomst. De regering heeft het volk altijd met wat circus af kunnen leiden… Ik snijd de steeltjes van de aardbeien af en smeer de vruchten als boter uit over Tjerk zijn broodje. Hier kun je jezelf alleen van je eigen lamlendigheid afleiden.

Emigranten hebben de toekomstige Koningin, welke zonder wachtlijst haar Argentijnse paspoort voor het plaatselijke verruild heeft, een proces aangedaan (de Nederlanders houden van Kazachstaanse vrouwen met donkere wenkbrauwen en de tengere Uzbeekse vrouwen; zij denken dat dit Russische vrouwen zijn). Men had haar verboden haar ouders, gewezen fascisten, uit te nodigen voor haar huwelijk. Maar op de beeldbuis, gisteren haar been in de Zwitserse bergen gebroken hebbende, ziet ze er veel te gelukkig uit, vol met stralende kraaienpootjes. Ze zal echter ook moeten leren dat 10:25 vijf minuten voor half elf is en dat 18:00 uur, achttienhonderd uur is, señora.

In de toekomst, welke wij niet zullen aanschouwen, zal men vrolijke kamers bouwen, voorzien van elk weertype, tijdperk of land, zoiets als een zwembad en fittness ruimte. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Als je naar Rusland wilt, ga je er voor een ogenblik naar binnen en zit je daar in de sneeuw en je luistert naar de jou dierbare wolven. Maar wat als men de deur om terug te keren niet opent?… En zo worden wij mistroostig ouder, van vrede en geluk! De weg is bekend en ook hoe deze te ontlopen… Ik zei gisteren tegen Tjerk: “Je drinkt als een Russische arbeider, wat moet ik nou? De fles verstoppen?” Hij zat een avond over ons Russische vraagstuk te tobben. Vandaag echter kwam hij, gebogen onder het gewicht van 5 dozen wijn thuis. “Hoe zul jij alle 60 flessen voor mij verborgen kunnen houden?”

Zondag gaan we op bezoek bij een maffioso. Men betoont hem eer op de televisie, men heeft zelfs boeken over hem geschreven. Het is een legale smokkelaar voor ons en voor jullie. Een in moreel opzicht dodelijk uitgangspunt. Mata Hari, de rechtvaardige spionne, houdt van hem en boven zijn voorportaal hangt een pistool als prelude op de tentoonstelling van zijn verzamelde, gesmokkelde wapencollectie. Tjerk is zijn leerling, hij is zelfs een uitblinker. Hij legt zijn kostuum klaar en ruikt aan zijn oksels. Is het allemaal wel in orde? Tjerk heeft onlangs mijn broer in Rusland een pakje gestuurd, zonder straat- of familienaam van de geadresseerde, slechts de plaatsnaam “voor opa in het dorp”. Hij heeft 300 dollar onder het verpakkingspapier gelegd en knippert oprecht met zijn ogen: ”Je broer zei, dat hij bedrijfsleider is en dat iedereen hem kent in Rasee. Het pakje moet dus wel aankomen.”

Johan belt aan de deur, dit is een gezamenlijke vriend van ons. Hij leest mij de onbekende gedichten van Brodskij voor en vertelt over die ene keer dat hij eens op de eerste mei door Moskou rondzwierf met het doel een film te maken over Mandelstammin (de vrouw van de dichter Mandelstam, zoals zij door Anna Achmatova genoemd werd). Alleen op een feestdag zou de filmcamera geen aandacht trekken… Ik tracht, misschien dat het van pas komt, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, iets te weten te komen: “Johan waarom sluiten alle banken in St. Petersburg 3 weken voor de jaarwisseling, de drukste tijd van het jaar?” Hij is druk met zijn koffie, misschien wel Braziliaanse. Op de verpakking staat “gearomatiseerd, van Philips.” Verder droomt hij ervan bij zijn vrouw, Geri genaamd, terug te keren.

Het is Wierd die belt, hij heeft tijdens de laatste devaluatie onder Jeltsin 65 firma’s verloren, zijn gehele bezit. En nu geeft hij zelf in een groene schort de verkoper in de winkel groenten aan. In de winkel is het Siberisch koud en je zou als een wolf willen huilen, het kwetsbare fruit blijft echter vers.

Er is nog iemand die ongelegen belt en Tjerk antwoordt dat hij aan het eten is en de kompot koud wordt, alsof hier als het ware op zijn Russisch een drie gangenmenu geserveerd wordt. Schuif de verantwoordelijkheid maar op mij af… In het algemeen eet men hier om zes uur en veel te geproportioneerde maaltijden.

Ook Menno heeft bij ons het licht gevonden. En Tjerk fluistert mij in de gang toe of we hem niet naar zijn Russische vrouw, die hem gesmeerd is, moeten vragen:”En waar is jouw slet?

Ik ben Elena Verdorie, een emigrante van die periode waarin er in mijn Russisch een buitenlands accent hoorbaar is. Mijn denkbeeldige gesprekspartners zijn de bleke schaduwen van de surfers op het internet. Zoals de dichter Pushkin, als Gelaarsde Kat, schreef, zwervend rond een eik, “Ubi bene ibi patria”. Daar waar het goed is, is het Vaderland. “Voor mij is het bene om het even waar, broeders.” Toch blijf ik altijd nog een echte Russische: mijn borsten hangen vormeloos omlaag, mijn rechter sok zit verdraaid, ik heb me niet gekamd en zie er onverzorgd uit, zoals Pushkin gezegd zou hebben. Ook wat betreft politiek ben ik hardleers. Volgens mij is het werkelijk onmogelijk niet van de arabieren met hun Greenpeace groen en zelfverzekerde blik boven de kaftan, te houden. En ik vind jongetjes met uzi’s leuk, die op de beeldbuis verschijnen en zelfs de woestijn passaat, wanneer zand de ogen van anderen bedekt en de woestijn zich verstikkend aftekent. Ik ben een huiselijke schrijfster, beroemd bij familie en naasten. Nog in St. Petersburg had men mij een schrijfmachine “Erika” cadeau gedaan en in de nachtelijke uren typte ik brieven, waarbij ik de machine op een kussen en op mijn knieën gezet had om het geluid van de toekomstige kunst te dempen voor mijn buren; fabrieksarbeiders. Er is nu een soort van ziekte aangebroken. Een volwassenheid, welke je handen in de schemer dusdanig doet trillen dat je je nagels niet kunt lakken. Arme alcoholici, wij staan achter jullie in de rij. De leeftijd van Christus bereikt hebbende, kijk je angstig om je heen en probeer je het onnodige door te strepen, te fluimen, weg te vegen en te vergeten, hetgeen niet zo eenvoudig is.

Ik hijs de jenever, de pijnstillende vodka die iets weg heeft van Novocain, en laat mijn gedachten dwalen over de grootste pest van het internet, overspoeld door allerhande biggetjes; roodvonklijders. De talentloosheid en beweging van de massa, de ziekte van groei een leeftijd. Zoals ik gemerkt heb is het bij de uitgang en ingang niet identiek. In de leer gaan bij de wijsgeren en je eigen boekje schrijven. De zonnige uren mag je schemer noemen. Dit is het principe van de kunst. Aanschouw, je ogen tot spleetjes toeknijpend, een weerspiegeling, opdat je iets origineels zult zien en de tijd zult herkennen. Maar waarom? Het was reeds Bounin die in afschuw van de spiegel weg wankelde:”In de wereld bestaan er geen verschillende zielen en tijd bestaat ook niet!”

Ik houd er niet van te filosoferen. Maar zeg nou zelf. Hoe slecht is het geheugen van het volk? De eerste revolutie deed zich immers voor op de Toren van Babylon, stemvork of vaandel. Wij zouden met onze blote handen een dam uiteen kunnen trekken, bruggen van een regenboog oprichten, elke liefhebber en schrijver hebben zich en masse, net als kakkerlakken, in het Huis der Schrijvers verschanst en men warmt zich daar aan het licht van de kroonluchters, gekleed in damesvestjes van glinsterend materiaal en trainingsbroeken met koordjes aan de voeten. Of ik wel eens ontevreden ben over hen? Ik vermoord ze, het valt mij licht en pijnlijk, ik verdwijn... Er bestaat echter een verschil tussen de energie van het gedicht en gewone inspiratie.

Ik help Tjerk met zijn Texaanse stropdas, de strop op een speld met een kunst-smaragd, en wil hem vragen hoe het komt dat je in Amerika op je verjaardag door de overvloed met je toet in en taart gedept wordt (een overvloed aan geluk?). Hoeveel mensen sterven er niet van de honger en wij organiseren eiergooi wedstrijden, of baden ons in tomaten, champagne of melk. Trouwens, ik ben een virtuoos in het stoppen van de sokken van Tjerk met behulp van een “paddestoel” om te stoppen maar bij welke gelegenheid zal hij ze dragen?

Tjerk zegt loom:”Vertel nog eens over je vriendin die niet wist dat je van de trillingen in de tram een orgasme kunt krijgen”. En hoe ze dit testte door met de roltrap omhoog en omlaag en weer terug te gaan….. Maar wat heeft een vriendin hier mee te maken?

Hoofdstuk 3. Belazer me niet!

Ik rijd met de auto naar Bretagne, wat in Frankrijk het uiterste Westen van Europa is. Oesters nog in hun schelp en duizendjarige kinderhoofdjes. Roestige oceanische oevers, het wilde Karelië, niet in grijze maar in bruine tinten, een heden ten dage verbleekt fascisme. Daar staat het gezinskasteel, welk tijdelijk aan reisbureaus verhuurd is (opdat het niet leegstaat en geen raven en spinnen huisvest). Welnu, de hondjes zijn loops, de ziel huilt, en ik denk terug aan een ander tijdperk, waarin ook maar niemand in Rusland je nodig had, en je het gevoel hebt een hondje te zijn, dat overloopt van geluk en dat door de seringen springt. En natuurlijk likt hij de hand die hem slaat.

Vervolgens kom je noodgedwongen tot rust, maar hoeveel energie heb je zomaar voor niets verloren. Er zal niets achter de rug zijn… We zullen zien wat er voor ons ligt… En alles wat niet is uitgekomen zal nu niet meer plaatsvinden.

Vreedzame tanks zijn als een konvooi langsgereden, beschaamd overdekt met zeil. Zij wachten op veranderingen. Roze-beige Belgische koeien hebben het uitzicht veranderd, en nu is, als een zakdoek, een gas verbrandingspijp met een eeuwig brandend vuur zichtbaar. Een oriëntatiepunt voor vliegtuigen. Bij een pompstation heeft een schurftige hond, die een hele poot mist, zijn snuit tussen mijn knieën gedrukt (hij plast toch op drie poten?).

De Belgische toiletten waar je voor betalen moet zijn verwisseld voor de Franse, die gratis zijn. De in files samengepropte Periferique. Files en bochten, Port de Berci, Port d’Itali. Als je je vergist in de afslag kom je er niet meer uit.

Ik rijd 1.100 km. per dag, hetgeen hier niet eens zo veel is (welk land is dit, nog steeds België?) Nee, het is al Luxemburg. De lichtgele bloemvelden en de mij dierbare bergen van het trotse Frankrijk, het gele bloemetje van de blokkade, Lucern? De donkere honingkleurige stekelige struiken staan aan weerszijden in bloei, geflankeerd door bijen. De witte zwaarlijvige koeien-françoises lopen in het veld op hakken en ze trekken aan de verdroogde zomer. Soms worden ze gebeld via een telefoon met een antenne die langs de weg staat en zich naar de hemel strekt. En zo flitsen de bomen, volgehangen met vogelnesten langs mij heen. Met deze snelheid is het moeilijk de bomen te benoemen. Reebruine bordjes met het opschrift “Door het Rijk Beschermd”, de grijs bakstenen kastelen van de Gelaarsde Kat, de oranje velden van van Gogh, ten tijde van zijn aanhoudende dronkenschap. Zwart, als de Grote Depressie, zijn de koeien en wederom roze als…. Het geplukte gevederde Frankrijk in mei, in vergelijking tot de boomkruinen van het rijk beboste Duitsland, het gehele jaar. Hitler wilde kunstenaar worden, dat is hem op grote schaal gelukt. En Stalin werd dichter en schreef zijn gedichten trapsgewijs, met afgesneden strofe. En zo ging het ook met de hoofden van iedereen achter elkaar. Citroen en Renault, de raspaarden van de Franse automobielindustrie, draafden een minuut geleden de straat over, een schitterende Peugeot tegemoet. Zie, hij flitste op zijn zijkant met draaiende wielen naar de hemel gericht.

Het is alsof men de grond uiteenrijt en een pluizige paardebloem lacht en stroomt over van geluk, kriebelt met zijn snor en de paardebloemdragees galopperen over de treden van de jeugd, maar dan van onder naar boven. Ik heb gevoel voor mijn eigen ritme. De vierduizend klinkers van Karnak zijn zorgvuldig door onze voorouders gelegd in een voor ons onbegrijpelijke volgorde. De bruine stenen en stekelige struiken in gele wolken reizen langs de wegen. Ik haat afgeknipte boeketten, welke naar ons vanuit het graf van Remarque wedergekeerd zijn. En ik houd ervan mijn gezicht in veldbloemen te begraven, welke galmen door lieveheersbeestjes en de gezelligheid van hommels. In oktober 1986 ligt mijn jeugd en ik begrijp nu wat geluk is. Het belangrijkste is er niet aan terug te denken. Aan deze geurige bloemen, deze kleurschakeringen gevangen in verdraaid ijzerdraad.

Nu heb ik mijn gedichten met bloed, zweet en tranen met de borst grootgebracht. Het zijn net vampiers, maar op het gezicht engelen, en zij zullen mij ten gronde richten, mij heel misschien een naam gegeven hebbende. Ik onderga een gedaanteverwisseling en wordt jou. Tegelijkertijd doet dit pijn (men breekt de mica vleugel van de vogel). Het is vrolijk op een feestdag (ik groei en klop de kluiten aarde van mij af; een boompje gehuld in linten en steunbalken). Maar volgens de kaart moeten we rechts, ik heb het routenummer gecontroleerd. Nee, het weeskind zijn laat me niet los. Tijdens de nachtelijke uren vertrek je, steeds verder loopt de weg., zoals Pushkin zich uitdrukte… ”Het heilige Rusland wordt mij ondraaglijk”, hij heeft dit ooit trouwens zo treffend onder woorden gebracht.

We zijn er. Dat is nog eens een kasteel; Chateau Country Club, uit het jaar 1400. Een weggetje tussen 2 vijvers. Een heuse zwaan zwemt om een of andere reden rond, hand in hand met een eend. Het is met mijn doorsnee lengte onmogelijk de torens te tellen, laat staan om een rondje te lopen om deze ceder bomen en kleurloze sparren, dennen, berkenbomen, lindebomen, kastanjebomen, behangen met lichtjes, glanzende platanen. De overigen ken ik niet, die namen zijn in het Frans, met de uitspraak en klemtoon op de laatste lettergreep. De zwaan zwenkt richting eiland met Russische gele waterlelies en de eend zwemt onder een brug met zeemleren leuningen door.

Ergens in de buurt zoemt gemoedelijk een maaimachine welke de gazons scheert, glad als dit water en de stilte stroomt als room aan gene zijde van de eeuwigheid. Het grijswitte jachtkasteel met donkere, melancholieke spitsen, overladen met kraaien en duiven heeft onderdak verleend aan Kardinaal Richelieu, en ik ben bang om dit te zeggen, zelfs Napoleon. Het heeft Ekaterina de Medici belieft het kasteel te bezoeken toen zij op doorreis was. Hoe kan een mens hier leven? Tralies versperren de ingang, er staat een bloembed aan weerszijden en er hangt een gietijzeren lantaarn (zijn wederhelft is door onze eigen toeristen meegenomen). Mijn oogleden kleven aan elkaar. Ik wou maar dat ik al in de kloostercel was. Daar, onder het firmament, waar de wolken achter de windwijzer en torenspitsen blijven steken. En zo hangen ze daar, in stukken gescheurd.

Ik droom dat ik bij Tjerk onder zijn arm op zijn borst lig. Opeens een knal. In zijn droom heeft hij zijn vuist gestoten, strijd leverend tegen onzichtbare vijanden Ik heb me nog maar net omgedraaid of ik wordt wakker, alleen. Mijn kloostercel bevindt zich op anderhalf honderd meter en twee etages hoger. Een zaal, met een vergulde muur en met gordijn overtrokken. Een marmeren open haard met daarin houtblokken, kandelaars met half opgebrande kaarsen, uiteenlopende handgesneden meubelen. Behoedzaam richt ik mijn blik op een spiegel met een zwaar raamwerk. Nee toch, ik ben het. Ik ben redelijk modieus gekleed, met glanzend haar, welke mijn grijze haren verhullen. Ik ben bij de tandarts geweest en zie er na een dieet welgevormd uit. Toch zie ik er nog mooi uit, hoewel, voor de liefhebber. Ikzelf ben bevooroordeeld en niets is zoals ik het zou willen, maar toch kijken mannen en zelfs vrouwen regelmatig om.

Voor Tjerk is het belangrijker dat ik smakelijk kook. Ik vul een kipfilet met gedroogd fruit en gooi dit hup tussen de ananassen en champignons en hopla nog wat kaas en mayonaise en dergelijks en ik stel de gasten tevreden. En ik draai wat meelballetjes en shashlik in ontzettend dure wijn. Wie zou dit nou niet kunnen? Alleen is het nu zo dat we het eten bij de Chinees halen of we gaan naar een restaurant en ik voel mij helemaal nutteloos, net als duurzame meubelen. Je kunt op je stoelpoot schommelen wat je wilt, je zult niet vallen.

Ik kijk uit het raam boven de hoofdingang. Er is nog niemand en de dauw blinkt op de margrietjes in het stugge gras. En door mij heen, als een vogel, vliegt de nostalgische verzuchting aan de brandnetel. De geur van de berkenpaddestoel en de realiteit achter het hek. Het schoftige Vaderland heeft al haar kinderen in een trog vermalen en staat met de lippen te smakken. Zij heeft de mij meest dierbare mensen over de gehele wereld verstrooid. Ik heb daar zelfs niemand meer om naar terug te keren. Ik waaier de walgelijk zoete rook van het Vaderland weg. Het is daar dat ik weerspiegel in de ogen van vreemden en meren.

De zwaan in de vijver, welke vriendschappelijke banden onderhoudt met de eend, is ook alleen. Ook de pauw is eenzaam en schreeuwt beneden met een keelgeluid. Zelfs de haan trippelt weg van zijn waanzinnige stem en ook ik maak vandaag voor het zoveelste jaar, geen deel uit van een paar.

Langs de inpandige wenteltrap, de hoge schoenen aan het riempje aan mijn elleboog gehangen, ren ik blootsvoets naar het restaurant. Ik doe beneden mijn schoenen aan. Het gedempte rumoer van de na de nachtrust ontspannen toeristen die wegenkaarten bestuderen klinkt uit de wagenwijd geopende ramen. Iemand knikt naar mij. De Maitre d’Hotel geeft mij een plaats op een afzonderlijk tafeltje in de hoek. Ik blader door het menu en voel dat of mijn vestje van
St. Laurent open staat of dat ik mijn mascara maar op de helft van mijn gezicht heb aangebracht. Er is duidelijk iets niet in orde. Ik zit te draaien op mijn stoel en kijk om me heen, het gevoel echter blijft groeien. Het is alsof ik met de dood speel.

Ik neem het aroma van de koffie (van onze kok?) vanuit een kopje met een koninklijk monogram tot mij. Ik kijk gespannen door de zaal en vooralsnog blijft mijn blik niet hangen bij een reden tot verlegenheid en angst. Onwillekeurig spring ik op van mijn stoel. Dat geschoren achterhoofd, zo bekend dat ik er kippenvel van krijg en bijna flauwval. Die belachelijk uitstekende oren; is het werkelijk mogelijk? Wel heb ik ooit.

Ik dwing mezelf me te vermannen, zoals een paard voor een horde. Ik ben een Russische bij de douanepost en een prostituee in de nor… Vergeten of onduidelijke gevoelens uit andere levens. Here, behoedt mij…. Maar wacht mij daarna de duivel? Goed, ik ben het er natuurlijk mee eens. Kom op, overtroef het maar met gedichten, anders zullen er tranen in je ogen opwellen. Zoals daar? Een kringloop! Noch de Stalin winter, noch de korte dooi, noch de brakke veenbes moerassen. Achter het raam is alles lente en ik snoer mijn schrift, de kletsgrage muze, de mond (Zwijg tutje: voorbode luister niet naar mijzelf (volgzame moerassen)). Het maakt toch geen verschil. Pushkin geloof ik, Kom op… verzet je zinnen.

- Ach monsieur. Een croissââânt.

Hier moet wis en waarachtig orde op zaken gesteld worden. Er moeten zwanen komen en andere pauwen. Een kip voor de haan, en ook nog reeën met berggeiten zodat ze niet allemaal met elkaar zullen vechten. Het is interessant, want de plaatselijke dieren verkiezen ook de Franse taal waar ze over op lopen te scheppen.

Een kat stapt teder vanaf de lage bibliotheek en springt op mijn tafel, het bedienend personeel klapt in zijn handen. Ik moet ook voor haar worst kopen en ik moet mij niet vergissen.

Bij de ingang laat ik een reeks aanwijzingen achter en de directeur buigt eerbiedig, wat rest hem anders? Maar zodra de massieve deur achter mij dichtklapt… De zomer en de kat zijn lui, ze rekt zich nog een paar keer uit op de bank. Mijn handen trillen, van “party laat mij sturen” is hier geen sprake en ik bestel een taxi om naar een stadje te rijden niet ver hiervandaan. De Atlantische oceaan bevindt zich daar en je kunt daar met je vrienden van Brighton Beach om het hardst naar elkaar fluimen.

Aan die andere zijde ben ik al eens geweest. Ik wilde de golven aanraken en ik had me nog maar net gebukt of alle bankbiljetten, destijds nog een ongelooflijke smak geld, plonstten als een waaier in het water… Ik moest noodgedwongen pootje baden. Ook Danaja van Rembrandt. En juist nu pakken regenwolken zich samen. Het is nu eb. Je kunt de oceaan alleen in de haven vinden, de bodem van de oever is ontbloot en schittert door het zwarte slijk. In hun netten stapelen jongetjes hun buit, bestaande uit schelpen en zeesterren. Dit is hun ambacht. Star Wars. Felle jachten met ontblote masten schommelen op de golven. In de visolie gebakken aardappelen maken mijn handen vuil. Alle zuidelijke stadjes zijn eender: ze zijn wit van kleur, droefgeestig en stoffig. De baai blinkt en een zich scherp aftekenend bootje neemt mij mee de oceaan op, langs de eilanden, overwoekerd met ceders en sparren.

Ik voel steken in mijn hart: ik kon mij niet vergist hebben. Wat een surrealisme en absurdisme! Ik heb toch zelf iemand begraven zeven jaar geleden. Ik gooide als eerste een handvol zand, maar daarna kan ik me niets meer herinneren. Ik leid mezelf af, streng en gewoontegetrouw. Chlebnikov is ook tussen twee naar vrouwen genoemde rivieren begraven, de Anenjka en de Oleshnja, als in een omarming. Daar vangt hij tot op de dag van vandaag forel bij een vijvertje. Zijn graf is bewaard gebleven, zijn gedichten niet. Hij ligt tussen een den en een spar en denkt terug aan korenbloemen. Er bestaan mensen die chronisch niet in staat zijn te leven. Zo hebben ook Kirill en Chlebnikov het volgende in hun autobiografie geschreven:”Ik ben in het huwelijk getreden met de dood en ben als zodanig getrouwd”. Dat is nogal wat, niet? En over mij schreef hij, gewoon alsof hij de spot met me dreef, het volgende:

“Aan wie is het gezegd
Hoe belangwekkend de barones leefde?
Nee, geen belangrijke barones,
Maar, zogezegd een kikkertje…”
De blauwe korenbloemen van Chlebnikov, de geweekte natte veenbes van Pushkin…. De lijdzaamheid strekt mij tot lering.

Ik voel hoe er naast mij een man gaat zitten. Ik draai me niet om, zoals altijd. In mijn jeugd werd ik door de dorpsjongens opgeleid: als men fluit niet omkijken. Je bent geen hond!… Maar ik zal toch wat dichter naar hem toe moeten schuiven. Iets verder bij de boord vandaan omdat we net deinden en de spetters je in het gezicht vliegen. De man steekt zonder te vragen een sigaret op en ik voel alsof een zwaarte of een plotselinge tocht mij naar hem toewerpt, betovert en hoe ik als het ware in gedachten, in verbazing een vraag stel. De stroom van mijn aandacht vloeit echter in het niets. Ongehoordheid, laat af!

De man klopt as af en articuleert peinzend in het Russisch, heel zacht. “Ik galoppeerde op een niet te stuiten manier op een wolk af…”. Ik heb gisteren toch niets gedronken? Zat ik vermoeid achter het stuur? Ik zit te ijlen, hier heb je helemaal geen Russen. Was dat Chlebnikov? Kom op, er is niets gebeurt, je moet even je vuisten samenballen zodat ze je niet verraden. Ook niet om je heen kijken, je bent “Bobby” niet. Probeer te glimlachen alsof je “Cheeese” zegt.

“Pardon?….
“En ik floot in mijn herdersfluit…”, zegt een mij veel te bekend voorkomende stem onduidelijk. Mijn tasje valt op het stalen dek en ik draai me om. Niemand. Stilte. Leegte.

Ik voel me zeeziek. Op dit eiland kan ik beter aan wal gaan om daar aan de waterkant weer tot mijn zinnen te komen. In een moeite door ga ik naar de supermarkt voor tabletjes en worst. Het ontbrak er nog maar aan dat ik zeeziek zou worden tijdens het hoogtepunt van het seizoen. Vlak voor Spanje, waar zich het Picasso Museum en Dali zich bevinden. Snap je?

In het café bestel ik een gratis karaf met ijswater en breng samen met een stuk kaas een toost uit. Na een minuut brengt men hem, en natuurlijk is het een geitenkaas op wat sla blaadjes. Hij heeft ook nog een geur van knoflook; het is de plaatselijke keuken. Zo, ontspan jezelf. Wil je hier misschien een dansje doen? “Misschien, mijn beste”. Toch is het waar; in Rusland zul je nooit ergens gaan liggen als er een luchtje hangt. Je kunt je beter door stof laten meevoeren, door rook laten afdwalen zo ver als mogelijk, mits het maar niet in deze moerassen is. In het strakke zand waar de grafkisten onder de regen wiegen, net als roeiboten. Dat we ons Kirill en al onze dierbaren voor eeuwig mogen herinneren.

Laat ik overstappen op het aardse (ging het andere over het hemelse?) en mezelf citeren, in dat zelfde, laten we zeggen, Leninburg:”Ik heb geen heiligen gekend, ik liep naar jou, een voorbijganger ben ik voor jou, Leningrad. Ik snel voort in de stroom van de massa, eenzaam toevallig en het stof van de weg ligt achter mijn rug”. Op een of andere manier was het daar fatsoenlijker, maar niet afgesloten. Toen in Rusland het geloof van zijn voetstuk viel, zoals een vrouw. Toen zand door de wind de kathedralen in werd geblazen. Zoals een vogel uit haar gevangenschap vlucht en weer gevangen wordt gezet… Nee, kikkertje, zwijg! Je bent geen prinses.

Poëzie is de geschiedenis van het ontstaan van de ziel of herstel ervan? Ik klop wat dennennaalden uit mijn schoen. Aldus, verrijzenis. Een vrije dag in het geheugen. Nou je bent wel op dreef zeg! Met je eigen intellect en plaats genomen aan de oever. En werkelijk, wat ben ik opgewekt en vrolijk, schijnbaar zonder reden maar alleen de herinnering. Het is als een ontmoeting met je eerste liefde en weer beklemt het je. Het is een ontmoeting met het verleden als ik je voeten aanraak… En dit is allemaal zo tastbaar. Je hebt geen controle over je stem. Je wilt huilen als een jong hondje, dat de glimlach van zijn baas verdiend heeft. Het is onfatsoenlijk. Was je er nou wel of niet, niemand die het begrijpt. Het is prettig geniaal te zijn in deze banale chaos. Tochtige genitaliën, Fikkie achter zijn oor krabbelen, jezelf verbranden, anderen verlichtend met weldadige gezangen.

Jee, oude vrouw. Twee maal stampen, drie maal een zondvloed. Wrijf over een gestoten plek. Je hoofd, met andere woorden. Belazer me niet!


Hoofdstuk 4. Onze stompzinnige liefde.

’s Ochtends was ik te bang om naar het restaurant te slenteren en natuurlijk bestond mijn ontbijt uit een derderangs stuk worst welk bestemd was voor de geleerde bibliotheek kat. Er was daar iets dat duidelijk kraakte en afschuwelijk was als een muize-ruggegraat. Maar de kat zal zeggen… Bedankt zal hij zeggen, nou en of.

Ik zat geruime tijd gal te spuwen en maakte mezelf op. Lichtvoetig daalde ik af naar de vijver. Ik legde wat eten op een stuk papier. Verderop, op de scherpe pieken van een hek, is letterlijk een eend gekruisigd. Men zat haar woerd achterna en zij stortte zich met haar borst naar voren op de struik en doorboorde zo de huid in haar nek. En ze kon geen kant meer opspartelen. Ik wond haar voorzichtig in een jas (Cardin; ik had niets anders). Eerst je poten en daarna het hoofd. Ik trok de gevederde nek van de kokette eend met de verschillende kleurschakeringen los en toen dat eindelijk lukte en ik vanuit mijn gehurkte positie opstond hoorde ik in het goedige Russisch-Frans:”Madam, u vergeet mijn merci in ontvangst te nemen.” Dat dit nu hallucinaties zijn, daar kan geen twijfel meer over bestaan. Maar op dat hoogstaande moment streek de worsten poes met haar staart met vlooien tegen mij aan, keek me in de ogen en vroeg vriendelijk: “Vond u het nou smakelijk? Wilt u niet nog een stukje, ik heb nog wat bewaard voor later? U moet het zelf weten.”

Ik ging op het gras zitten en deed voorkomen alsof mijn neus bloedde. Ik bedoel natuurlijk mijn hak. Ik kon nauwelijks op mijn benen staan. Zou het bij u wel gaan? “Een kasteel en een spook (Ik probeer mezelf wat gerust te stellen). Nou en? Je moet je niets in je hoofd halen. Ik wacht nog even met een bezoek aan de psychiater, maar het drinken echter moet ik minderen.Gymnastiek in de ochtend zoals men het je geleerd heeft, jezelf onder de douche afwrijven. Met een wafeldoek. Waar is hier zoiets nou te krijgen? Welnu, je moet ophouden met het in jezelf praten. Maar wat is er met je gehoor? Is het lang geleden dat je voor controle geweest bent? En de glazige bodem dan, je weet maar nooit, preventief. Nee, primitief. In het algemeen een inenting en naar de jou dierbare dierentuin.

Mijn zwaan is langs gezwommen en praat vermoeid uit de verte met zijn oranje snavel knikkend: (hemel, mama, kameel, zoals in het Russische liedje).
“O, wonder zwaan”. En zwem maar verder, dierbare, antwoord ik hem, terwijl ik mijn tanden samendruk totdat ze knarsen.

Uiteindelijk ben ik naar de geiten gegaan. Zij zijn niet schoner en makkelijker in de omgang. Een ree had daar ’s nachts gevochten en zijn horens waren nog in de groei. Nu zijn ze tot bloedens toe afgezaagd. Hij heeft zijn kop vuil gemaakt en vraagt of je hem een pluk gras aan kan geven. Achter, om de scheiding heen, vers gras, meer dan je op kunt, maar de grond is afgekloven. Tot aan de stenen is er geen grassprietje te zien. Lui zijn de fokkers, nee de kenners. En zo pluk ik met beide handen aan de graszoden waar de dauw nog aan kleeft en verzamel ook het gemaaide gras. En mezelf stel ik gerust: het is een goede zaak dat ik zelf nog niets kauw! Hooi, dat is nog tot daar aan toe, rijp en voedzaam. En wat een trek heb je daarna!.

Waar ik zeker nog nooit geweest ben zijn dierentuinen en circussen en ook het Pavlov Instituut waar men op de binnenplaats zeker nog vandaag de dag honden die een operatie hebben ondergaan met apen uitlaat. Ik haat ze! Mensen, het eeuwige, gore, slinkse vee. Toen volwassenen mij vertelden hoe smerig het leven is, dat ik dat nog niet weet, dacht ik het is wel goed met jullie jongens. Erge dingen overkomen mij niet, je krijgt er met de knoet van langs, lichtzinnige onzin. Wel, je struikelt over een drempel. Je zakt voor een examen. O.K., ze kunnen je verkrachten. Kun je je iets meer beangstigends voorstellen?! Ik heb alleen nog niet meegemaakt dat men zich vergist, men je verlaat, men je verraadt en redt en hoe men zich in de Neva werpt.

“Kun je ook aan mij wennen?”, vraagt Kirill. En ik voel zijn hand op de mijne, ik trek hem echter niet meer weg. Ik weet dat het nu nutteloos is: nu is het wij. “Je hebt het leuk bedacht, ik sta lang op je te wachten” antwoord ik hem. Naar nu blijkt, mijn hele leven. Zonder jou kan ik daar niet terugkeren, niet meer aan dezelfde steen mijn hoofd stoten…. Laten we bijvoorbeeld zeggen, naar Leningrad. Maar met jou is alles vanaf het begin mogelijk. Je moet alleen je kleding vervangen. Wees teder, al is het een keer per 10 jaar…

Verduiveld, dit heeft mij ertoe aangezet over mijn kleding te praten! Hij heeft een eenvoudig overhemd in de kleur van seringen met een fijn streepje uit de
70-er jaren, versleten bij de ellebogen. Dan die zeildoeken broek voor elke gelegenheid die we samen zochten en vonden. Ik zal tot in lengte van dagen na de dood nog een orgasme hebben om deze vrolijke aanstellerij. Moge de Here mij vergeven. Hoe zou ik hem dit kunnen verklaren?

“Maar waarom zou ik het verklaren?”Ik kan ook zo horen dat hij glimlacht. Alleen jou, mijn meisje, heeft het niet door mij verlate lichaam in beroering gebracht, maar als het zou kunnen zachter de ziel. “Moeder lief”. Maak ik hem op verhitte wijze kenbaar. “Wij zaten een avond lang te drinken. “Hitte God! Zou je mij niet kunnen sparen, Alziende?”

De wind draait. Ik voel hoe hij, als een paard, in een cirkel loopt. Een vlucht lichte tijdperken, citeert Kirill, hierop reagerend. Die zijn nog eens licht! Heb jij geleefd in dat tijdperk? De aarde is immers doorzichtig. En ook wij zijn spookachtig kind. “Ja hoor, goden zijn spoken in de duisternis.” Juist.

Je zou kunnen denken dat we na de eeuwigheid niets meer hebben om over te praten. Tranen wellen op en trillen dof. Kirill omarmt mij innig en probeert ze los te krijgen, maar ik geef niet mee. Wat een trut natuurlijk. Wellicht ben ik dusdanig vermoeid en gemangeld. Penelope, maar hoe kan ik het tot uitdrukking brengen. Ik kus zijn geschoren hoofd, het uit alle macht tegen mij aandrukkend, zodat ze mij hem niet meer af kunnen nemen, niet meer mee kunnen voeren, onder toezicht van Charon. Ik omarm hem krampachtig, zijn stoffige benen met kromme kleine tenen, die uit zijn stoffige sandalen steken, tegenhoudend. Deze ruwe knieën. Ik klamp me vast aan zijn ellebogen en vingers en hij begint mij bij mijn schouders te schudden opdat ik hier zelf niet crepeer door een ik weet niet wat voor toeval. Een zeer subtiel en in de ziel wanhopig toeval. En ik zet een keel op, zoals bij een begrafenis. Hij daarentegen behoedt mij met zijn kus en lichaam en zo ik kom tot rust. De pijn doorsteekt ons beiden van top tot teen en dit is onze onsterfelijke, stompzinnige liefde.

Hoofdstuk 5. Amputeer mijn geheugen.

We zitten in de bibliotheek en kletsen rustig; zomaar, nergens over. Morgen vertrekken we naar Malaga, naar het strand. De auto laten we achter vanwege zijn nodeloosheid. Of we zullen elkaar daar ontmoeten, waar ik niet aan twijfel. Ik stel geen vragen.

Taal wordt niet alleen door de gedachte gevormd (volgens Chlebnikov), maar ook door het geloof (volgens Ben Gurion). Ik wilde met een gedachte het Rijk overwinnen? Hij glimlacht en spreekt de woorden uit alsof het over hem zelf gaat. De mondiale harmonie op aarde zal aldus geen gestalte krijgen. Een en al marionetten. Neem Poetin nou, het lijkt alsof hij in de voetsporen treedt van Chlebnikov en Rusland van de buitenlanders zuivert. Tijdens Peter de Eerste was het net andersom. Het is vermakelijk dit alles in den treure te weten en te voorzien opdat de Russen daar en hier zich vervolgens met gebarentaal zullen uitdrukken. De stem zal als eerste heengaan en de taal zal nutteloos blijken te zijn. Taal, mijn El, is een onuitgesproken gedachte. Een weg slaan naar de sterren is wezenlijker dan dit naar Europa te doen. Hun K.G.B.-er is een tiran van een veel te klein kaliber, de details zijn onzichtbaar. Net als de volgelingen van Stalin tegen zijn achtergrond, denk ik. Nietwaar?

“Is hij hoogstaand of laagstaand?” In welk opzicht? Voor Stalin werd in de ochtend in de sneeuw kleine paadjes platgelopen. Ik een theater loge werden eieren gepeld en in een klistallen vaas gedaan. Het is eenvoudig deze decoraties te herhalen, de kerngedachte echter zal niet veranderen. De kunst te integreren, zoals de tekst fragmenten van Chlebnikov, wil ik trouwens even opmerken. “Als de massa rumoerig is en feest viert, zie ik altijd de gezichten van ter dood veroordeelden voor mij.” Of het Rijk herinnert mij eraan dat het nog steeds bestaat, juist nu. Hoe zal het zich verder ontwikkelen?

Ik heb het raam op een kier gezet en de wind huilt tweestemmig, de tocht doet de gordijnen opwaaien. En schaduw rent van mijn gezicht naar het zijne en terug. Voortdurende honger. Rusland zal natuurlijk de grenzen sluiten en de honger zal nooit verdwijnen zoals je zelf wel begrijpt. China zal eindelijk ontwaken. Men heeft China, net als Afganistan en Tjetjenië niet voor niets bewapend. Kan het je wat schelen? Vernedering en belediging, een rijk van slaven, het chauvinisme van een grootmacht op een lege plaats (dit kan niet heilig zijn) en een patriottistische degradatie, despotisme. Voor een crimineel was het altijd belangrijk om niet te werken, de Nieuwe Russen daarentegen beulen zichzelf af. Maar ook zij zullen in de gevangenis die Rusland heet vermalen worden. Alles bevindt zich aan de oppervlakte. De dichter heeft dit allang voorspeld, of preciezer uitgedrukt, waargenomen. “Broodjes worden uit gras gebakken”. “Honger dwingt de mens naar vlinders op zoek te gaan.”. Kinderen, verrukt, kijken met pijnlijke ogen, heilig van de honger”… Nu heb jij een voorkeur voor brood met zonnebloempitten en noten, zelfs iets gewoons moet je hier zoeken. Hen is er geen een bekend. En zo gaat dit tot in het oneindige. Je kunt je het maar beter niet herinneren. De redenen voor de heiligheid van het volk zijn noodgedwongen en nietig, miezerig en kwellend. Kijk, dit is immers ook iets uit het verleden! “Er zijn geen bewoners meer, ze zijn vertrokken. Voordrachten over de vrijheid”. Dit gaat over ons, gewoonweg over ieder afzonderlijk. Een leger van wilden welke in wezen niet begrijpen dat er altijd over hen geregeerd wordt en zoals men bij slavernij gewend is, je verzinkt niet in gedachten. Het Vaderland heeft jou, zwakke, ten gronde gericht, in sociaal opzicht platgedrukt, in moreel opzicht overwonnen, je gewoon met je neus in het moeras geduwd. Heb je het Vaderland werkelijk alles vergeven?

De dood wilde vluchten, maar zij werd op een bed gegooid en aan een zieke vastgebonden… Het ijzeren gordijn valt toch aan de zijde van het dierbare. De dood is de herrijzenis, het belangrijkste in het leven, het uit haar stappen, hoe banaal dit ook klinkt. Daar is geen eenzaamheid mogelijk. God is daar met je. Kirill glimlacht raadselachtig en maant zichzelf met een zichtbare krachts-inspanning tot orde. Kleintje, waar hebben we het nou over, waarom nou? Over de concentratiekampen natuurlijk en over de martelaren van de toekomst. Ik kan nu, jou ontmoet hebbende, een onderscheid maken tussen deze gezichten van mensen die gemarteld zijn! Ik hoor hoe de gevangeniskribben krassen en hoe hun tanden door de honger verkrampen. Zoals jij ooit geschreven hebt:”Het Vaderland verheft de verbleekte vlaggen, een groots kamp. Maar zelf heeft ze geen weet van het watermerk op het briefpapier dat tevoorschijn komt met bloed en een kruis.” Nu ligt ook het verleden naast mij. Je kunt het aanraken. Ik begin op dreef te komen en begin wild te gesticuleren, bij het onfatsoenlijke af. Twee lesbiennes welke bij een kraam van de plaatselijke uitgeverij staan draaien zich om en onderbreken hun gesprek, waarbij ze nieuwsgierig staan te grijnzen. Een van hen, die enigszins eenvoudig is, praat door en stelt nog een vraag aan haar vriend met een haardracht als een rood egeltje:”En waar werkt hij, wat doet hij voor de kost?” Hij verkoopt edelstenen, geeft zij als antwoord op een mannelijke, Italiaanse manier met haar geschoren wangen en aan een streng dieet onderworpen buste.

Ik tracht de mij ontglipte gedachte te vangen. Waarom verkreeg de minnaar de status van geliefde, als de nacht of als de dood, via onsterfelijkheid? Een droom die overgedragen wordt, een dubbele hoop? Een tweesnijdend gevoel? Als je je bemoeit met het lot van je wederhelft, begin je in plaats van haar antwoord te geven. Nu drinkt hij, asceet zijnde, water, ademt andere lucht in. Ik kan zijn schaduw doorboren maar toch zijn wij “door ons bivakkeren duurzaam” volgens Marina Tsvetaeva. Dit gaat ook over hem. Nabijheid is volgens zijn begrippen vrede en rust. En een luchtige en frisse harmonie waaiert mijn kant op. Een harmonie waar ik nog niet klaar voor, niet volgroeit voor ben. Hij heeft, zoals John Donn, nog in leven zijnde, zijn lijkwade aangemeten. En hij zet het uiteen met zijn ogen. Elena, verdorie, daar mag je niet heen. Wanneer zal dit eindigen? “Wanneer mijn huis afbrandt…”, zoals Cheraskov schreef? En het was hij, die meen ik, zei:”De walm van de geboorte is de dood!” Welnu, hoeveel keer verbranden onze huizen? En komen we elkaar tegen in onze gebeden of in onze graven…. Ik heb op deze aarde tot zijn verscheiden nog niemand hoeven te begraven, op de rustplaats, op het station, in transit op de bok van een wagen. Als je doelbewust de pathos wilt verminderen, dan moet je zoals in het protestlied van Boutousov, een opschrift boven de toiletdeuren plaatsen:”Kom binnen als je op de aardbol bent”. Met beide benen en Aardbol schrijf je waarschijnlijk met een hoofdletter?

Het is nu pas dat we grover worden en langzaam ter aarde besteld worden: multi-vibrators, huishoudelijke elektronica, mag je wel zeggen… Maar vroeger was alles veel eenvoudiger dan zuring en de witte bloemen van de konijnekool in het bos, tussen de lelietjes van Dalen en muggen. Half verwoeste en verblaakte pijpen van ovens werden de hemel ingeschoten. De onverenigbaar-heid van mij met het Vaderland deed mij ’s nachts op een doorweekt kussen wakker worden. Het gebrek aan tijd om tot stilstand te komen stond je op een of andere manier toe zo kwaad nog niet te leven. Of de schijn van een insect op te houden, zoals bij een uitblinker, veel te toegewijd zijn aan onze gemeenschappelijke zaak (het ontbreken ervan). Zonnegift en roze port, verdrijf mijn bittere gedachten. Ondraaglijk proza, betrokken als de strop om de keel van een zanger en het leven van onze tedere stiefmoeder. Zoals Tsvetaeva geschreven zou kunnen hebben. Het is de kikker voorbestemd prinses te zijn (prinsessen bestaan). Zoals de jaloezie. Aanvankelijk antiek zoals afgunst. Hij zal het je wel vergeven, hij zal niet gekwetst zijn …. De kikker is niet voorbestemd een prinses te zijn, tussen de viooltjes kwam de kleur van haar gezicht niet tot zijn recht. Triviaal afscheid, je merkt het zelf niet eens. Een lichte prik met een naald, vergeten in je borduurwerk en dat is het hele verscheiden. En daarna? Hier doelloos rondhangen of vertrekken? En je zult via reuk, smaak en kleur gewaarworden dat we er van nu af aan niet meer zijn. Alleen een echo is overgebleven…. En ook hij is niet meer, vlij niet zo. Je zult op een beschimmelde broodkorst knabbelen. Je zult verjongend water vanaf de rand van het dichtstbijzijnde fonteintje slurpen tot je niet meer kunt. Maar over je omzwervingen te voet door de stad, zoals over de vijf continenten, als gevolg van het gebrek aan overtolligheden zal ik helemaal maar zwijgen. Dat is tijdelijk en saai. Ik ben immers van jongs af aan gewend geld te zoeken onder mijn voeten, in de baai in het zand, in het ijs op het asfalt, in de winkel, waar de tangen voor de broden, als een riek in het hooi steken. En natuurlijk recht onder de kassa… Natellen zonder weg te lopen, datgene wat er niet is.

Ik rek mezelf uit in een driehoekige fauteuil, voor ons en voor jullie, en denk terug, met een wrange smaak in de mond, tot ik een afkeer voel, aan het mij dierbare gepeupel (zonder dichter). Zoals zij in de maat van de accordeon meezingen tijdens de vakantie en bier kussen, de schuimkraag in de struiken blazend. Zonder de ogen te sluiten kan ik op de tast het trottoir vinden. Blauwgrijs, onder de fluimen en gebarsten, met gras dat zich door de spleten wringt, zoals ons ongelukkige, botte volk gedurende de eeuw revoluties. In deze rij om brood te kopen, staat een mij dierbare persoon, gekleed in een volgens de mode waterondoorlatende broek uit zeilstof. Thuisloos en werkeloos, afgestu-deerd in alle wetenschappen, een startende drugsverslaafde en een gewezen alcoholist. Een honderd paar sportschoenen komen op het parket bovendrijven. Geluk bestaat uit geld en het gezin. In een mens wonen 7 alter-ego’s: in het gevlij trachten te komen bij, veinzen, kruipen voor, verbergen, verraden en dergelijke armoedigheden van ons. En zonder deze gemorst te hebben zul je zeker je doel niet bereiken… Gewoonweg tegen je voorhoofd, net een mannelijk ritme, mijn onvergetelijke vriend. En wat geen leestekenen zijn, zijn tekenen van vrouwelijke aandacht! Ik verwordt tot een bedelaar, zoals je een ambacht aanneemt. Waar ben ik door het vuil heengevoerd? Mijn God, het ontbrak er nog maar aan met huilen over mijn gedichten te beginnen. Dat is nog eens een roes in de strijd!… Gedichten zuigen aan mij en ik huil in het Nieuwjaar, omdat het jaar begonnen is… Tegen de verboden Kerst, de mandarijnen schillen van de bank vegend, spreidde ik voor hem een afzonderlijk, vochtig, zoals in de trein, laken uit en een deken van kamelenwol. En vervolgens verzamelde ik handenvol dennennaalden, welke decennia lang hun doffe geur behouden en waarin zich de scherven van speelgoed en de doppen van zonnebloempitten uit het dorp bevinden. Ondenkbaar in Leningrad, zoals een luciferhoutje op de Nevskij-laan. En iedereen sloeg als een klokkenspel, net een moker op je hoofd. Ik echter kroop op handen en voeten rond deze feestelijke kerstboom, een gewone spar, zoals ik vroeger Elena de Schitterende was. Meteen zulk een onveranderlijke gewaarwording. Om af te koelen en om nooit meer lief te hebben, maar teneinde het martelen uit te stellen. Zwijgend bal ik mijn vuisten samen en versteen. Men zou mij het genadeschot moeten geven. In deze kennel zijn alle leibanden voor wolven en ik moet of met ze mee blaffen of met ze kwispelstaarten… Ik ga mezelf toch niet voor mezelf lopen citeren.

Er heeft zich iets in de tijd en ruimte verschoven. Ik loop langs een naamloos standbeeld en herken jou, Onbekende Soldaat. Een niet afgehaald document met een in kennisstelling over een begrafenis. Hoe zit het hier met het Simulacron? Heilige leugens, jij slaat immers stukken harder dan de ongevraagde waarheid. Zo sterft een oude vrouw, haar zoon begraven hebbende, alleen. Trouwens, dit is ook Tsvetaeva, maar de andere, gewoon haar zuster. Maar haar zoon is nog in leven, zij het dat hij wat ouder is. En het blijkt nu dat zij beurtelings in het midden staat: ze is enige tijd zonder de ene geweest, en nu trekt ze de andere, die niet onder de grond licht, achter zich aan….

Dit is de waarheid: ik zie, zonder om te kijken, de zon in het zenit staan en luister naar een reiger, die hiernaartoe gevlogen is om overdag te jagen. Terwijl het ’s avonds zou moeten, wanneer een kikkerkoor niemand laat slapen en deze in bobbeltjes gehulde kikkers, met een vragende, trotse blik, zichzelf op de schouders slaan, na een couplet met een bijzonder feestelijke intonatie. Trouwens, ik zou niet in staat zijn te leven temidden van mijn eigen stilte en zou het verkiezen, als men me dan toch dwingt, in het Noorden te leven. Daar is de stilte anders; niet eenzaam. Naast de cicaden, door de wind en omstandigheden hiernaartoe gedreven zou ik mezelf helemaal verliezen. Klokslag 3 uur ’s nachts, in het spitsuur van mijn veel te nuchtere geijl wordt ik wakker en keer terug tot mezelf… Deze melancholie van oudheidkundige grotschilderingen laat alles draaien, houdt een vinger bij de slaap. Zo is de metafoor zuiverder. Het is jammer tijd aan de droom te verliezen. Spinnenweb omwikkelt het gezicht. De herfstbladeren verkruimelen door het ademen, de gelijkheid is aanwezig. Op vrije dagen en feestdagen zwijgt de telefoon (de hele nacht lig ik op de slaapbank te woelen en net als tot een afvuurknop strekt je hand zich alsof hij van staal is naar de telefoon). Dit is al de tweede regenbui die over het blik van het dak geplensd is en een zwerfkat en wat juister is, een kat van talloze omzwervingen zegt zomaar opeens luid vloekend: Mama! Ik geef haar als antwoord:”Moeten we anders samen met Keizer Kanon alle duiven schieten?” Wat maakt het uit waarmee of wie je begint te vermoorden!? En hij zit maar te spinnen. Het begint met geboorte, trouwens.

En ik weet, hoewel wij met velen zijn, wij met zijn tweeën kunnen zijn. En dat we in elk van ons nog net zo vaak onszelf verdubbelen. Zich tot huilens toe verdriedubbelen. En door je hoofd flitst ten gevolge van een buitengewoon geheugen een dossier, dat in een kettingreactie aan anderen gekoppeld is. Zo komt het dat men in de ark elkaars voorhoofd tegen elkaar stoot; vanwege de blinde hoek. En, in het Lermontovsche, vanwege die ene onbekende knul, heb ik een krans gevlochten uit vergeet-me-nietjes en witte rozen. Onafhankelijk steunend op de gouden rede, zoals in de oudheid, mijn manen schuddend. Ik meet mijzelf het toekomstige brokaat voor mijn grafkist aan, staande voor een spiegel met een barst als een bliksemschicht. O.K., hij zal zich een schoonheid vinden en zijn zadel dwars plaatsen en de wolken in snellen. En verder? Het gehele leven oververzadigd zijn en met een wrange smaak in de mond van de bosbessen. Wanneer je handen tot aan je ellebogen besmeurd zijn, net alsof het bloed is. En zo smacht je naar gewoon ruw brood. Maar alles, zie je, op zijn tijd. Je jongste broer kan zijn zus niet inhalen, niet aan tafel, noch voor het slapen gaan, noch voor de dood. Zie daar een hond die zeven jaar op zijn baasje wacht bij een halte. Het haltebord met routebecijfering hebben ze uitgegraven en verplaatst. Men heeft een gietijzeren bank uitgegraven en bedekt met zilververf uit een verstuiver. Stapt u de volgende halte uit? Hé, klim je d’r uit? Nu zullen we het hebben. Je wacht heel heel lang, zoals bekend. Ach wat heeft het nu nog voor zin dit te herhalen… Geeft niet, zo zul je het je beter k

BLOG ROBERRTO 20-2-2011 02:54  

Tips voor avondeten, gezond lekker en kantenklaar

Ik vind koken geweldig en doe dat graag. Nog lekkerder vind ik als iemand die het nog beter kan dat voor mij doet. Ik heb de Amsterdamse gelegenheden in kaart gebracht die ik verantwoord vind qua biologisch/vegetarische voeding waar je voor een klein bedrag kunt eten.

Mijn lijstje voor Biologisch en Vegetarisch of Veganistisch eten in Amsterdam (6-7-8 euro per maaltijd):

*EnergieRegie.nl, Overtoom 409 (ALCHEMIST): dinsdag t/m zaterdag rauwe veganistische biologische lunch of diner, 15 euro. Vooraf bestellen scheelt wachten. Met stip op één!
NB: De foto is van de rauwe maaltijd bij Energieregie (raw hamburger menu).
Eigenaar heet Alec / AL(e)Chemist Smile

*Klein Afrika Fenan, JP Heijestraat 147, Oud-West. Biologisch eten uit Erytrea. Maaltijden vanaf 8,50, biologisch en glutenvrij. Aanraders: Hamli, TemTemo, Yater Wot. Noem mijn naam en de eigenaar gaat lachen, hij heet Fitsum maar iedereen noemt hem Jimmy. Da's makkelijker. Ook afhaal. 020-4124442

*Zaal 100, Wittenstraat 100, Westerpark: 020-6880127, maandag indonesisch, woensdag Veko, donderdag Vega, Vrijdag vega muziek flambé. Bellen om te reserveren, eten vanaf 18 uur, 7/8 euro (naar keuze laat je soep of nagerecht vallen en eet je voor 6,50)

*De Peper, Overtoom 301, (OT301.nl), veganistisch, voormalig krakersbolwerk, 020-4122954, 2 gangen voor 7 euro, toetje voor 1,50 extra, op dinsdag, donderdag, vrijdag en zondag vanaf 19 uur, reserveren vanaf 16 uur.

*BuurtBoerderij, 020-3376820, drie gangen voor 8 euro, hele week. Op maandag biologisch vegetarisch uit eigen tuin. Lekker eten, mooie omgeving, midden in de natuur; Westerpark.

*www.eindevandewereld.nl in het schip bij knsm eiland 020-6259475, woe en vrijdag, javakade 61, 7 euro vega eten, reserveren niet mogelijk.

*Miltvuur Keuken Zuid (MKZ) annex Pollux, 020-6790712, di, wo, do, vr, reserveren vanaf 14:30 uur, eten vanaf 19 uur; www.xs4all.nl/~binnenpr/mkz.htm naast voormalige Sauna Fenomeen, Oud-West/Oud-Zuid naast Vondelpark in de Schinkelbuurt. Grenst aan de achterzijde aan Occii dat aan de Amstelveense weg ligt.

*Bolhoed, Prinsengracht 60-62, vega en bio eten 6261803, lekker en goed. commercieel dus iets duurder dan OT301 of MKZ

*Vliegende Schotel, 020-6252041 Nieuwe Leliestraat, Jordaan, rond 10 euro daghap, lekker en betaalbaar eten, eten vind ik er heel goed. Ook op facebook te volgen

*Greenwoods, Singel 103, tot 19 uur. tel 020-6237071, lekker eten op 't terras langs de Singel, leuk in de zomer, probeer het sodabread, wow.

*Bio Snackbar "Natuurlijk Smullen", Jan van Galenstraat t.o. AH, op weg naar huis nog een patatjes van bio aardappelen (zelf gemaakt!), maandag dicht. tel 020-7730245.
Eigenaresse heet Helen Geul en kent me goed (stamplek) dus mijn folders liggen in haar zaak Smile. Als je wilt lachen, zeg dan dat je van mij moest vragen of ze uit Rotterdam komt omdat het ADO DEN HAAG vlaggetje er hangt. Hahaha. Er zijn inmiddels meerdere bio snackbars:
't Wethoudertje in Oost en Sybo op het Staringplein nabij Overtoom.

*Joe's Garage, Transvaalstraat in Oost

*Eenmaal inde week op donderdagavond in Dusartstraat in Oost, zijstraat ten zuiden van Ceintuurbaan, op de hoek.

Geniet!

Aanvullingen van Gerald:
* Golden Temple, Utrechtsestraat 126, Centrum, 020-6268560, Vegetarisch en Veganistisch, is zijn geld waard, wel pakweg 25 euro.
(Tevoren reserveren is aan te raden is mijn ervaring)

*Betty's, Rijntraat 75, 020-6445896, rivierenbuurt, lekker eten, beetje duur?

*De Waaghals, Frans Halsstraat 29, 020-6799609, in de pijp, naast de reform winkel.

BLOG FRIDA 18-2-2011 11:40  

WEB:

http://adelinareyes-arte.webs.com/apps/photos/

BLOG WAKAMAN 14-1-2011 20:01  

DOORGIFT

DOORGIFT

Een doorgift is een gift die je doorgeeft.

Hou deze een tijdje en geniet ervan.

En daarna laat je het los en geef je het door.

DOORGIFT (copyleft Wakaman)

BLOG WAKAMAN 1-1-2011 19:30  

ontzag

Gelukkig Nieuwjaar!

Ik wil een foto beschrijven. Het is de foto op het omslag van Human. Dat is het blad van de Humanisten. Je ziet twee roodzwarte vogels, die op verweerde takken zitten. Het is scherp gesteld op de vogels en de takken, de achtergrond is vaag. Het krijgt daardoor iets abstracts, geel-groenig met twee roodzwarte spikkels. Je voelt de zindering van de wazige hitte van een soort steppe.

Voor mij gaat deze foto over het opgaan in de natuur. We zijn er deel van. Het laat iets zien van de grandeur van de natuur (waarvan wij deel zijn) én de nietigheid van ons, levenden. Mensen, vogels, insecten, planten, schimmels, microben, atomen. Er vindt een voortdurende uitwisseling plaats. We eten, we worden gegeten.

Hoe lang duurt het ook al weer, dat ons lichaam volledig uit nieuwe cellen bestaat?

BLOG COMPCURE 23-12-2010 09:37  

Merry Christmas

</par>

BLOG WAKAMAN 2-12-2010 10:29  

naamgeving

Wakaman groet u! Ik hoorde over een kunstenaarstentoonstelling in Suriname, getiteld Wakaman. Het betekent straatfilosoof. Wakkere man. Wakaman.
Ik ben wars van pretentie, dus weg met de parfum en de lipstick. Het pure zweet mevrouw! meneer!

Kleine aanvulling: ik ben erop gewezen, dat het berichtje aanstoot kan geven. Het gaat een beetje ten koste van vrouwen, die parfum of lipstick gebruiken. Ik begrijp dat nu.

Ik wil bij deze zeggen, dat ik helemaal niets tegen parfum of lippenstift heb. Ik gebruik zelf soms ook lippenstift.
Het was een allegorie, maar ik begrijp ook, dat dit voor sommige vrouwen voelt als ten koste van hun vrijheid. Dat is niet de bedoeling.

BLOG COMPCURE 15-10-2010 23:26  

spidergoats :-)





BLOG COMPCURE 29-9-2010 22:22  

Chi Kung

1




2




3




4





5




6




7







8



9





10


BLOG COMPCURE 13-8-2010 21:11  

A night like this :-)

BLOG COMPCURE 23-7-2010 22:49  

3 D project in Amsterdam

BLOG EINSTEIN 19-7-2010 14:58  

gloeilamp = 1000 branduren, haha

Toen ik in 1982 in Nederland kwam hoorde ik dat de gloeilamp zo'n 1000 uur meeging.
Toen de spaarlampen kwamen (1994?) hoorde ik hetzelfde (en de spaarlamp ging 5000 uur mee, weet je nog?). Nu komen er LED lampen en ik hoor nog steeds dat de gloeilamp 1000 uur meegaat.
Goh. We komen al ruim 30 jaar op de maan en zo. Zouden ze die gloeilamp in al die tijd niet wat beter hebben kunnen maken?
Nou, ja dus, stel ik mij voor.
Ik heb nu uit verschillende hoeken gehoord dat de fabrikant de lamp africht op 1000 branduren. Ik hoorde zelfs een keer dat de lampen voor vertrek uit de fabriek even door een overbelast-station gaan om ze zodanig te verzwakken.
experiment
Een vriend van me deed eens een proef op de som. Hij kocht drie identieke gloeilampen op dezelfde dag uit dezelfde winkel vanaf dezelfde schap en zette ze samen in zijn plafond armatuur. Deze drie bollen gingen voorts altijd samen aan en uit.
Op een ochtend ging één van de drie stuk. Later op de middag een tweede. En 's avonds de derde. Dus ze gingen alledrie binnen een uur of 10 van elkaar stuk. Nou als ze inderdaad iets van 1000 uren hadden gebrand (dat heeft hij niet gemeten) dan zijn ze dus op 1% nauwkeurig afgesteld om te falen !?!

BLOG EINSTEIN 19-7-2010 14:36  

apparaten zijn vanaf fabriek gesaboteerd

In 2009 deed ik mee aan een soort reparatie wedstrijd bij Platform21. Je kon iets wat je gerepareerd had laten zien en dat werd dan beoordeeld op inventiviteit enz. De bedoeling van de organisatie was om repareren te stimuleren i.p.v. steeds maar weggooien.
Het gaat mij hier nu niet om die wedstrijd maar om wat de presentatrice mij aldaar vertelde.
Zij kwam naar mij toen en zij vertelde mij dat zij gebeld was door een man die voor een wasmachine fabrikant werkt. Hij kon zijn naam niet geven noch vertellen waar hij werkte. Hij vertelde dat hij een deel van een wasmachine ontwierp. Toen hij bijna klaar was kwam zijn baas naar hem toe en zei: en nu moet je er iets inbouwen wat op een beperkt termijn stuk zal gaan en wel op een plek die moeilijk te repareren is.
Verder vertelde zij mij dat zij ook gehoord had dat er patenten bestaan op deze "sabotage" technieken. Dus de ene fabrikant kan niet zomaar de techniek van een andere fabrikant gebruiken.

BLOG WAKAMAN 8-7-2010 19:18  

Rijksmuseum

Als je toch naar het Rijks toegaat (bijvoorbeeld voor de gratis lunch), dan raad ik je aan om het museum ook even aan te doen. Natuurlijk: Er hangt de Nachtwacht en Vermeer. Prachtig. Maar ik raad jedit keer aan om even te kijken naar de Director's Choice, vlak voor de ingang van de tentoonstelling.
Daar staat de klok van Maarten Baas. Dat is een sta-klok, modern vormgegeven, met een wijzerplaat. Deze wijzerplaat is in de vorm van een scherm waarachter je een silhouet van het hoofd van een man ziet. Hij kijkt, beweegt een beetje en iedere minuut veegt hij de minutenwijzer weg en plaatst de wijzer een minuut verder.
Waarna het silhouet weer kijkt en een beetje beweegt.
Ook te vinden op youtube.

BLOG COMPCURE 17-5-2010 21:29  

belangrijke mededeling

BLOG SJAMAAN 1-5-2010 22:23  

Samen lopen

Komend weekend ga ik met een klein groepje lopen van Teuge naar Beemte 8km, dan naar Emst 7km en dan Wissel 5km.
We hebben daar het hele weekend voor.
Vrijdag 6 mei verzamelen in Teuge en dan zat 7 mei lopen.
Het zijn geen grote afstanden om het laagdrempelig te houden. Slaapzak + tentje mee, ff de stad uit en het is een 'low budget' uitje. Er rijdt een busje mee die onze spullen vervoert, zodat we zelf lichtvoetig door het Gelderse landschap kunnen lopen. Ik verheug me er al op.

BLOG SESAM 25-4-2010 00:37  

"The World is a Dangerous Place, Not Because of Those that Do Evil, But Because of Those Who Look On and Do Nothing" Albert Einstein

BLOG RALF 23-4-2010 15:19  

Volkstuintje

Hoera! We hebben een volkstuintje, mijn vrouw en ik.
Mijn vrouw heeft het er al jaren over. We wonen in een twee kamer appartement met een dakterras op het noord-oosten. Weinig zon en veel (koude) wind. Daar wil niet veel groeien.

Een kennis van ons had net een grote volkstuin genomen en had ons een stukje aangeboden om te gaan experimenteren. We zijn gaan kijken en vervolgens op de weg terug naar de auto werd ons gevraagd of we niet zelf gewoon onze eigen tuin wilden hebben. Hij had nog wel wat plaatsen over.

Dus nu hebben we iets van 160m2 waar we onze kunsten op los kunnen laten. We zijn er nu al echt blij mee en we hebben er nog niets aan gedaan! Dit weekend willen we beginnen.

Het gevoel dat we de handen het komende seizoen mogen laten wapperen geeft al erg veel voldoening.

Dit wordt een mooi seizoen! Cool

BLOG COMPCURE 17-4-2010 08:17  

Skateboarding dog